Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OP DE R O 0 M S C H E KERK ï N 7.'. 12?

Wanneer liij aan Natuur den laatftcn tol betaalde. Zijn Tabernakel werd met de oude Kerk ontfloopt, Op dat bet nieuw gebouw met jonger Leeraar praalde, Die, door zijn jeugdig bloed en vluggen Geest genoopt, Met eedier zwier en kracht zijn rede zal verrijken, Wanneer hij harten flreelt met honigzoete taal, En d' afgeleefden Man voor hem de vlag doet ftrijken, Zoo verre als de oude Kerk de nieuwe wijkt in praal.

Gij Koomschgczinde Schaar, die.aan den Hemelkoning Uw Schatten hebt geleend, ten bouw van 't Bedehuis, Hij fchenke u dubble rente, en bouwe uw lieder wooning, Hij zij uw heil en hulp, als gij gedrukt door kruis,, Zult in dit Heiligdom uw Smeckgebecden leezen, Daar gij ootmoedig-knielt voor 't Godgewijde Altaar, . Dan zij het goed voor u aan deze plaats te wpezen! Dan ondervinde uw ziel, de Heere woont aldaar! Hij woone in dit Gebouw tot aan het eind' der tijden;. Ten zij 't geluk des Volks tot hooger top gehaald, Verëischte een grooter Kerk aan zijnen naam te wijden , Die,, in heur bouwbeleid, door klaarer Zon beftraald (*),

(*) De Bouwmeeflcr was eene Zonne.

Sluiten