Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*40 TER I N W I] 1) I N g E ENZ.

Die u getuigt mijne onverdiende gunst,

,, Die Siöas volk het luiflrend oor zal llrcelen, ',, Die 't flaauwe hart verkwikt door 't heilgenot,

Die 't hard gemoed tot buigzaam wasch kan knecden -.■ 5, Den mensch hervormt naar 't heilig beeld van God,

,, En 't Englen Choor kan lokken naar beneden." De Godsdienst neemt het offer, hem vereerd,

Eerbiedig aan, en dankt den Opperwijzen: Dewijl dc Kunst geen' andren loon begeert,

Dan dat Gods lof met haar orn hoog moog' rijzen. Terftond bazuint de Faam volmondig uit,

Dat nu de wensch der vroomen zal gelukken, Nu Davids fnaar, met gadeloos geluid,

Elks ooren ftrcclt door vlug cn kunfttg drukken. Die fchelle toon rolt voord van Stad tot Stad,

Het flrcelcnd Choor der Haagfche Nachtegaaien, Wordt door den bloem der wijzen waard gefchat

H#n met gejuich en handgeklap te onthaalcn. Dc Waarheid kuscht hen vrolijk wellekom ,

En heiligt hen ten dienst van School en Tempel. De glorie van 't Bataaffche Dichterdom,

Bekroont de Kunst met heur gewijden flempeU *

Dit •

Sluiten