Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Den ftorm verduurde in dc armen van de rust.

De zilte ftroom , die IJftads paaien Bewatert met zijn breeden plas, Scheen van zijn flroombeurt af te dwaalen, En werd herfehaapen in Moeras: 't Scheen Mozcs ftaf was uitgetoogen, En dreef den flroonl te rug naar Zee, De Schcepen zaten onbewoogen, Zelf kleine booten aan de Ree; En had Natuur verzaakt heur eeuwige orden, Het IJ waare een Woeltijn geworden.

Maar toen het licht den tweeden dag ontwaakte, De guure lucht Noordwester ftormen braakte, Toen vloog de Zee met opgezwollen vloed, De traage vaart des IJflrooms te gemoet: Die opgeprest door zulk geweldig bruizen, Vloeide over ftraat tot in der Burgren huizen; En perfte voor den mond der ruime Waterfluizen, Met zulk een zwaaren waterval, Dat zij, niet voor dien aandrang pal, Om noodhulp moesten vraagen.

De

Sluiten