Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JORIS LUBBERTSZ STRUIF. 27

D.ccs heette Voet, en trachtte elk aan dien naam te wennen, Alleen om zich van Hals, of Elboog te onderkennen: Een ander noemde zich of Hark, of Spade, of Ploeg ; En, hoe men hcetcn mogt, een naam Hechts was genoeg. Maar , fintsbefchaafdheid dc oude ccnvouwdighciJ verjaagde, Geleerdheid herwaarts kwam en't volk door hoogmoed plaagde, Sints zag men veelen, vol van hersfenloozen waan, Door beuzelingen zelfs naar ydle glori daan; En, om hun letterkunde en ftudie te doen blyken, Ook met den naam, met een' geleerden ftam naam, pryken,

Ziedaar, fmts onverftand zich kenbaar had gemaakt, Hoe de Usfen, onder ons , eerst zyn in zwang geraakt. Laat ons nu zien, wat naam- wat ftamverwisfeUngen De wufte grilligheid, uit de Usfen, deed ontfpringen: Hoe door haar' invloed, fteeds door 't los geval bettierd , Dces vcenboer, meer dan die, tot eer verheven wierd. De zaak is van gewigt: ik zal ze aan u verklaaren.

Men neem' dat Kat en Hond twee akkerlieden waaren, Gebuuren, onderling gelyk door erf en vlyt: Zy trouwen beiden; en op eenen zelfden tyd

Zien

Sluiten