Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jo DEWYSGEER.

„ Heeft myn vernuft een waarheid opgefpoordf „ Die nry de ftarrekunst voor eeuwig dank zal weeten i „ Zo lang wiskundigen des hemels kringen meeten,

„ Zo lang onwectenheid deeze eedle kunst niet fmoort! „ Myn denkbeeld, nu zojuist, mogt zich met andre mengen,, „ 'k Zal des op ftaanden voet „ Myn nieuw ontwerp zien op 't papier te brengen: „ Zo feilt'er niets meer aan als my de dagtoorts groet." Thans gryptArgant' de pen- doch't licht brand hem tc duister; Hy kan daarby, ondanks zyn' groenen bril, niet zien. Verwacht men van een kaars, in langen tyd misfchien Niet édns gefnoten, dat zy brand' met heldren luister? Argant', die de oorzaak van een ding welras befluit, Ziet ook hoe noodig 't zy dat hy zyn kaars eens fnuit' :

Hy fnuit ze en ongefchikt fnuit hy die uit.

Ziedaar de duisternis myn' wysgeer nu beknellen: Hy, die de eclipfen, als een ligchaam fchaduw kaatst,

Naauwkeurig kan berekenen , voorfpcllen, Is onvoorziens in cene ecliptica geplaatst;

En 't oogmerk om fysteemen neêr te Hellen

Ver-

Sluiten