Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ANTIGONUS AAN ZENO. 53

Dit word by 't vorstlyk goud en purper niet gevonden,

Voor welker valfchen glans de rust ftraks heencn fnelt: Tcnvyl de bange zorg, aan 't ryksbefticr verbonden,

Den droeven opperheer alleen getrouw verzelt. Ach ! hoe toch zoude ik my gelukkig kunnen reeknen ?

■Hoe wilde ik toch vernoegd in myne grootheid zyn ? Daar al myn luister, al myne eer, en zcgeteeknen,

Niets anders zyn dan Hechts bedriegelyke fchyn. Wat is myn glori, wat zyn myne legertogten,

Myne overwinningen, waarmede ik dwaas my ftreel? Indien ik door 't geluk zecghaftig heb gevochten,

Ik heb aan de eer daarvan voorzeker 't minfte deel. Beftond ik myn banier op 's yyands muur te planten,

En moest Galatiën zich buigen voor myn magt; Dc roem viel min' op my dan op myne elefanten:

'k Ben 't all' verfchuldigd aan hun dapperheid en kracht. Of, als myne afgerichte cn ftrydbaare oorlogsfchaaren

Den moedigen Spartaan vernielden door haar kling, Omdat ze magtiger dan zyne benden waaren;

Verdiende toen myn kruin de lauwren die ze ontving ?

D 3 ó Necq,

Sluiten