Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 2 )

Ach! fprak zij, mag ik, op mijn' troon, Gefchraegd door zeven Staetspilaren,

Dan nooit, mijn moeite en vlijt' ten loon', Beveiligd blijven voor gevaren!

Gansch Neerland buigt zich voor mij neer;

De Gal biedt mij geen tegenweer; De Brit eert mijn geducht vermogen;

De Kastiljaen weérftreefc mij niet; En echter moet ik nu gedogen, Dat mij een Moor beltrijdt, o duldeloos verdriet!

De roofgezinde Marokkaen Sloopt mijne zwakfte Zeekasteelen:

'k Moet dus, hoe 't mij moog' tegenflaen, 't Geweld in mijn belang doen deelen. Belloon', hoe zeer door mij veracht, Strekt nu tot (laving mijner magt' .Zij dekt de zee met oorlogskielen,

Waer op door Necrlands Schout bij Nacht, En andre brave heldenzielen , Zoo wijs als dupper, fkeds mijn welzijn wordt betracht.

Sluiten