Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 7 )

De Luchtbodin vloog weêr van de aerd', En was het oog welhaest ontweken.

De Koopmanfchap, die op haer ftaert, Vangt aen, op deze wijs te fpreken:

o Alvermogende Opperheer!

Goedgunstig Gever! u zij de eer Voor dezen onwaerdeerbren zegen !

Ik dank u, Hemelmajesteit! Hoe heilrijk zijtge op al uw wegen! Gij hebt mij deze gunst, dit groot geluk, bereid!

Gelijk een fehip, dat op de zee Gefchokt door rustelooze baren,

Vast ankert op behouden reê, Ben ik ook 't groot gevaer ontvaren.

Gij hoeddet mijne ranke kiel,

Datze op geen bank of klip verviel. Wil mij altoos ten helper wezen:

'k Zeg dan, met uitgezochten klank', o God, nooit naer waerdij volprezen! U, tot in eeuwigheid, voor al uw goedheid dank.

A 4

Sluiten