Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 19)

Wil, Trotscliaerd! wil u vrij beroemen, Dat gij het woêu van 't noodlot tart:

Gij moogtme als Iaeg, als vrouwlijk doemen, Ik juich in een gevoelig hart!

Vloeit, tranen! vloeit, met ganfche beken!

'k Ben man; maer fchaem mij geen getraen; Neen, Laura! daer elks tranen leeken,

Zou mij de koelheid fehandlijk ftaen.

Wij moeten ds onzen zamenmengen, Vriendin!,ik voel, als gij, den (lag; —

De roem van 't Menschdom (*) doetze ons plengen: — 't Vertroost mij, dat ik weenen mag.

Hij is ons op deze aerde ontdragen: —

Hij, die elks achting heeft verdiend! De vreugd van Echtgenoote en Magen —

De fteun der Kerk, der armen Vriend!

(*) De Wcleenv. en zeer gel. Heer Jan van Vollenhoven Jansz., Leeraer der Remonftranten , te Rotterdam, door allen, die braefheid en kunde waerderen, hooggeacht en betreurd; hij verdronk jammerlijk, den 17de» van Louwmaend 1-90. Deze opregte tranen op zijn kil overfchot ben ik aen zijne nagedachtenis verfchuldigd: ik heb zijn verdienstlijk hart, dat boven allen lof verheven was, en. dien ook nimmer bedoelde, van nabij gekend.

B 2

Sluiten