Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 52 )

Nooit zal zij zijne deugd, zijn liefde en trouw vergeten,

Schoon Telgen uit zijn ftam haer naer de hartaér ftaen. Ja, Huig! vvierd uw fehildrij de levenskragt gegeven;

Gij bloosde wis van fpijt, om hun lafhartigheid; 't Verbastren van uw deugd, en hun verachtlijk leven,

Had u meer fmerts dan uw mishandeling bereid. Wil nooit, o van der Pot! dees achtbre beeldnis hoonen,

Door 't-fnood gezigt van hun, die hem ten fchandvlek zijn; Dees kring durft veiliger zich aen zijn oog verwonen ,

Bij 't vieren van dit feest, en 't plengen van deez' wijn. o! Hoe vergastge ons oog, bij zooveel vriendsfchapsblijken,

Op Helden, die, bij vreugd, de vrijhcidliefde voèn; Wie ziet hier naest de Groot, den ouden ftaetsman prijken,

En moet aen van der Pot geen dankbre hulde doen ? Vermoorde Bauneveld ! na viermael veertig jaren,

Dat heersch — dat wraekzuchtaen uwbloed zich dronken zoop, Is uw eerwaerd gelaet — zijn uwe grijze hairen,

Een prikkel voor den Belg, ten voorbeeld aen Euroop'. Hoe zult gij , met de Groot, in de opperhemelzalen , Volvrolijk juichen, wordt de vrijheid hier herfteld;

Sluiten