Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 84)

Gij zonkt — wat keektge aenvallig teêr! In 's mirmaers open armen neêr, Terwijl uw goelijke oogjes fpraken: „ Mijn lief! uw wensch is u gelukt." Hij kuschte 't fchaemteblos u van de maegdenkakeu — Eu alles was verrukt!

Mijn ziel nam zulk een innig deel In dit genoegelijk tooneel, Dat ik mijn fluimring voelde ftooren ; En hoe werd mijne vreugd vergroot, Toen 'k hoorde, datge uw hand, deez'dag, in deachtbre koren, Aen Rijkevorfel boodt.

Niet meer verkwikt het eerfte groen, In 't lieffelijke Lentfaizoen, Dat heden keerde op zoele vlerken, Dan uw gewenscht geluk mijn hart; Ja zelfs, 't vergeet — zie hier wat vrindfchap uit kan werken! — Een poos zijne eigen fmart.

Sluiten