Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(90)

Havart - o! waer' 't genoeg deez' Men te noemen,

Hoe deinsde uw druk, o Burgers aen de Maes! Nu Hert hij ook hem, dien uw Haters roemen —

Te zwaerder grieft ons 't misfen van Servaas. Ja, 't grieft de ziel met ongeneesbre wonden,

Het dooft den moed en prangt de vrije borst, Hoe krimpt het bart, opregt aen hem verbonden.»

De hand hangt neèr, als of zij boeijen torscht. Vergeefs hoop ik mijn vreugd weêr aentetrelfen,

Daer zij met hem den jongden doodfnik gaf. — Vergeefs — vergeefs wil zich mijn moed verheffen —

Geheel mijn moed zinkt, met zijn lijk, in 't graf. Gevoel, gevoel, wat wij in hem verloren,

Betreur zijn' dood, verlichte Burgerij! o! Waer' hij in Cakelens ftand geboren,

Zijn roem kwam wis Capellens roem nabij! Getuigt het, Gij, die, voor deez' vrije Landen —

Voor 't heil des Volks u zelf ten diende boodt, Die met hem flaefde, en van zijn nijvre handen En fchraudren geest de rijke vrucht genoot:

Sluiten