Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 124 )

Dat dan 't Jö! triomf! door deze feestzacl klinkef

Dat op ons dankaltacr het verfche reukwerk knapp'! Dat eik met mij ter eer der lieve vrijheid drinke!

Mijn vrije welkomstgroet is: Heil en Broederfehap ! Gelijk na ftrenge koude in gure wintervlagen,

De lente een blij gelr.ct vertoont, Zoo lacht de Dichtkunst nu, daer zij, van dwang ontflagen, Niet langer midaskroost in 't purperkleed verfchoont, Geen vuige tïoet van aterlingen, Belet haer vrij en büj te zingen. Dan munt de poé'zij het best — het heerlijkst uit, ' Als niets haer vlugt weêrhoudt of ftuit. Komt, Dichters! laten wij dan vrije toonen fpeelen, Dit koor ftort door zijn lied elk zucht voor vrijheid in, 't Zing' voor gelijkheid — broedermin, 't Moet de oppermagt des volks aen ieders zorg bevelen.

Zoo kwijtenwe ons het best van onzen burgerpligtj Zoo maken wij gebruik van 't regt ons nu hergeven; Dan worden tijdgenoot en zelfs de laetfte neven, Door ons bemoedigd en verlicht.

Sluiten