Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4 J)E WINDEN.

Dierbrcn Goël, die in 't ftrijdéri

heerlijk overwonnen heeft,, En ten hemel is gevaren,

eeuwig was, en eeuwig leeft, 'k Werp mij voor dien Goël neder:

deed' zijn adem 't pinkftervuur Nu in mijnen boezem blaaken,

'k zong zijn grootheid op den duur ^ 'k Zou zijn goedheid eeuwig roemen;

en ik vond', uit liefde en pligt, In dit heil 't begin, den inhoud

en het eind' van mijn gedicht» Roomt, mijn kunstbcfpiegcljngcn,

fchiet nu lhelle vleugels aan, Zingt zijne eer, drijft op de Winden

naar den Ooster- Indiaan ; Stuurt de dichthulk langs de baaren,

waar de zon in 't westen daalt, Zweeft op wieken naar het zuiden,

waar de weilFclende naald Van 't kompas geen ftreekkan houdent

of bezoekt het kille noord,

Waar

Sluiten