Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ft t> E WINDEN.

En het aardrijk fchijnt een flagveld,

waar de dooden, op den grond Neêrgefineeten, 't lieve leven

bliezen uit den veegen mond. Evenwel 'er blijven veelen ,

wie, vereend met ftam en takj En in deezen met den wortel,

gecne voedfelftof ontbrak, Maar die, door de zonncftraalcn,

regen, wind en frisfehc lucht , Tot den rijpen wasdom komen,

in een fmakelijke vrucht, Dit zijn levendige trekken

van mijn geestelijk beftaan: ó! Wat bood mijn vroege lente

duizenden van bloemen aan! Door de perfing van 't geweetcn,

drongen mij fteeds pligt en wet; Bij den wind van overtuiging,

fcheen de bloem tot vrucht gezet, "t Geen een' rijken oogst deed hoopen,

die op zijn gezetten tijd ,

Aan

Sluiten