Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

t4 DE WINDEN.

Ei! verheerlijk uw genade;

doe mij zijn gelijk een' boom, Die, door fchudden diep geworteld,

groeit aan eenen waterftroom, Waar zijn takken blocifel gecven,

dat Gij zelf hebt toebereid, Ja, tot roem van uwe ontferming,

vruchten draagt voorde eeuwigheid, Maar, waar vliegen mijn gedachten

in geloofsbefpiegeling! Zangeres , daal naar beneden,

waar ik van de Winden zing. Hier, hier blaast een frisfche koelte,

in den hecten zomertijd; Al de velden haaien adem:

waarge , o Winden ! hccncmïjdt j Schijnen ons de koorenakkers

wel een hobbelende zee: Zk ze daalen, zie ze rijzen,

als de golven aan de ree. Door het waaijen van de Winden,

groeit het teêr en nuttig graan,

En.

Sluiten