Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE WINDEN. 15

En de ranken van den wijngaard,

met de jonge druif belaên. Als de zonnefchijn en regen

beurten houden in de lucht, Stuuwt de Wind de voedfclfappcn

van de boomen in de vrucht: Als hij, fpeelende in de weiden,

met een' frisfchcn adem waait. Droogt hij al de natte grasjes',

die tot hooi zijn afgemaaid: Als de graanen op de velden '

tot volkomen rijpheid ftaan, En de landliên feis of fikkei

in de geele ftengels (laan, Zijn de zachte Winden nuttig.

Onbcfchrijfbaarvlugge Wind! Daar 'k in u de grootfche trekken

van de hoogfte Wijsheid vind'. Wordt mijn ziel op 't diepst getroffen,

om met eerbied ftil te ftaan , Bij den invloed uwer kragten,

Gods verwonderlijke daên.

Blaast

Sluiten