Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

& S WINDE Ar. i|

Heeft hij 't water glad geftreeken ,

flus, als hij ontwaken moet, Zullen weêr de golven danfen,

als zijn adem daarop blaast3 Waardoor 't ftille water weder

lieflijk kabbelt, bruischt en raast. Wie, wie kan de wondre werking

van Gods orde gadeflaan, Die niet, op het diepst getroffen ,

vol van eerbied, ftil blijft ftaan! 't Is een aangenomen regel,

dat de hitte van de zon En verdikking van de dampen

ons verftrekken tot de bron Der veranderlijke Winden. ——

Evenwel het kloekst vernuft Kan de wegen niet begrijpen;

't ftaat bedremmeld en verfuft3 Daar 't in aarde, zee en dampkring,

waasfemingen, eb en vloed 3 En in duizend andre dingen,

Gods alwjjze hand ontmoet. (*) Deezc

(*) Het zou te vergeefsch zijn, (zegt is lieer Suffon) -.vannear 0 3 men

Sluiten