Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

42 GODS OVERALTEGENfFOORDIG*

Gij, djc in de onmectbre perken

Uwen Rijkstroon hebt gefticht! En op de aarde uw raagt doet merken

Voor mijn i'tcrflelijk gezicht! Gij', die zee en lucht en winden,

Meteen' enklen wenk, gebiedt, En de wolken op kunt binden,

Waaruit gij den blikfem fchiet;

Wie erkent uwe alinagt niet?

Vliege ik, op de vlugge wieken

Van gedachten, waar de zon Vrolijk rijst in 't uchtendkricken ,

Uit den fchoot der pekclbron; Daale ik in de diepe kolken ,

Zoeke ik U in 't hart der zee » Reisde ik tot de vreemde volken,

Ik vond U in elke ftcè ,

hoogde Goedheid, op mijn beê»

Ben

Sluiten