Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EN NABIJHEID. 45

Legge ik mij ter flaapkoets neder, Als, bij 't nadren van den nacht,

De avondzon heur afreis weder, In het westen heeft volbragt,

Dan laat ik de zorgen vaaren; 'k Ruste in uw nabijheid, Heer!

Tot Gij 't duister op doet klaaren ; Worde ik wakker, 'kvindë U weêr, En verhef op nieuw uwe eer'.

Xreede ik in de klavervelden,

Wandel ik in mijnen hof, *k Moet 'er uw nabijheid melden ,

Want ik vinde 'er dankens ftof j Uit elk blaadje kan ik leczen,

Hoe ge in uw voorzienigheid Bloem en gras en kruid doet weezen,

Daar natuur, in arrebeid,

't Zienlijk van uw werk verfprcidt.

... Zie

Sluiten