Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

46 GODS OVER/iLTEGENPFOOKDIG-

Zie ik dauw- of regendropjes, Of de paerlen van den nacht,

Op de verschontloken knopjes Eu de blaadjes voortgebragt;

Merk ik, hoe de zonneftraalen, Door de werking van hun vuur,

Al die vochten opwaards haaien, Dan befpeur ik, in dat uur, Uw nabijheid op den duur.

Hoore ik hoe de winden fuisfcii

Door de telgen van 't geboomt', En de bladers fchuddend ruisfchen;

Lette ik, hoe het beekje ftroomtj Als de regen, met geklater,

Uit de wolken nedervliet, En de blaaskens vormt op 't water;

Wie, wie zegt met mij dan niet,

God is bij ons, die 't gebiedt?

Dom-

Sluiten