Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET GRAF. 51

!k Zal, bij 't roeren mijner fnaaren, Kerkhof bloemen feamvergaêren, En , gelijk die wijze lien,

Grafgewelven gaan bezien.

Welk een frilte is in dees ftrceken! 't Is niet vreemd 5 geen dooden fpreeken; Allen zijn ze in diepe rust, Door den ijzrcn flaap, gefust. m o Aanbidlijk Alvermogen! „ 'k Zal uwe eer, bij 't graf, verhoogen,

Daar dees fchepfels van uw haiid, „ In dit afgezonderd land, Allen zijn in ftof verwandeld:

2, 'k Zie hoe Gij verbaazend handelt; 5, Want dit ftof, alhier yergaêrd,

„ Door uw zorg altoos gefpaard ,

„ Wordt eenmaal, uit 's aardrijks akker9

3, Op den Jaatftcn dag, weer wakker." Zalig uitzigt, dat mijn ziel,

Door 't geloof, zoo wel beviel; Want mijn Heiland is verreezen; Hij, Hij zal mijn Rcgter weczcn ! Hierom maakt mijn dood mij blij; '% Graf verwekt geen vrees in mij: De

Sluiten