Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

66 HET GRAF.

Och! dat hier toe uw genade,

Dierbrc Heiland! vroeg en fpade 3

In mijn ziel haar werking doe!

Dan zal ik u, blij te moe,

In den tijd van 't vlugtig leven,

U uw eigen vruchten gecven.

Als ik de armen, die ik zie,

In uw' naam mijn' bijftand biê,

k Zal mijn knien dan voor u buigen,

En mijn liefde aan u betuigen;

'k Zal mijn tong, gun mij die eer,

Tot uw' lof doen fpreeken, Heer!

Ach! mag ik dit ook wel vraagen ?

Ja, Algoedheid! ik zal 't waagen!

Uw genaê verwaardig' mij.

Dat ik u ter eere zij.

Maak dan, als de lighaamspijnen

Hiei mijn leven doen verkwijnen.

Als ik fta den dood ten doel,

Van mijn bed een' predikftoel.

Dan , dan juiche ik: „ God zal zorgen:

„ Dat dit lijf, ten jongden morgen,

„ Weêr in 't leven word' gebragt,

m o Mijn Heiland! door uw kragt. —

JA,

Sluiten