Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

68 JACOBS ALLEENSPRAAK.

'k Betrouw op God, Hij is mijn Heil! ja, mijn Behoeder!

Hij, die mijns vaders mond in zegening ontfioot, Schoon 'k die door list verkreeg, op aandrang mijner moeder,

Heeft federt al mijn goed zoo merkelijk vergroot. Mijn ziel, gerust in God, laat Hem haar lot bevolen:

Wie weet welk de uitkomst zij, de wondre faamcnloop Van zaaken, voor mijn' geest, thans nog geheel verhooien?

Egyptes heerfchcr geeft mij mooglijk meerder hoop, Dan ik verwagten kan; want zeker, 't heeft zijn reden,

Dat hij mijn' Benjamin zoo ijvrig heeft begeerd : Misfchicn ftelt hij mijn zoons en mij, in 't eind', te vredenjfr

Misfchien zelfs, dat hij hen, naar hunnen ftaat, vereert, 'k Betrouw op God, die mij, in Labans vette weiden,

De kudde hoeden deed, haar welig heeft gevoed, En toen ik weder van dien gierigaart mogt fcheidcn,

Mij, op mijn' herrogt, als mijn Bondgod, heeft ontmoet; Dien God, die mij altijd met liefde heeft bejegend;

Dien God, mijn' God, den God van vader Abraham En Haak, die mij met kindren heeft gezegend,

En dus zijn woord vervuld, door't groeijcn van mijn'ftara. Op Hem vertrouw ik voorts, al mijne levensdagen,

En zend het ftil gebed tot Hem, mijn' Hemelheer: Ja 'k zal, in dankbren lof, van zijne gunst gewaagen,

Zie ik, zoo ik vertrouw, mijn dierbre kinders weêr.

MOZES

Sluiten