Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7o MOZES ZEGELIED.

De Almagtige is een Held', die de aard' Doet ijdderen voor zijn fchittrend zwaard: Zijn naam is .Heer der legerfchaaren: Zijn fchrik deed 'syijands raagt vcrvaarcn, Wen ze ons vervolgden op den grond Der zee, die als de bergen ftond: Daar (tietten hunne wagenwielen, Totze in het welzand nedervielen.

De keur der Hoe fdlièn zonk in zee: Toen wierd bun fiere moed gedwee; Zij vlugtien , door zich omtewenden , Maar Hortten, met de duizend benden, Gelijk een fteen, in 't golvend nat, Waar de afgrond nu al 't hcir bevat, En Farao, weleer vermetel, Geftjrmd is van zijn' trotfehen zetel.

Uw hand, o Heer! die wondren doet.

Uw rechte hand heeft hen ontmoet; Uw grootheid deed hen angfüg beeven; Uw oordeel bragt al 't volk om 't leven;

Ja, Gij hebt, in uw grimmigheid,

Hun welverdiende ftraf bereid ; Gij hebt uw gramfchap uitgezonden; Uw ijvervuur heeft hen verflonden.

Gijl

Sluiten