Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PETRUS,

UIT DE GEFJNGENISSE FERLOST.

HANDEL! XII. ALLEENSPR.AAK11

Wat deed me uw hand, o God!in deezen nacht ontmoeten?

Flus wierd ik naauw bewaakt, geprangd door boei ert kjem, ;n nu, o wondre gunst! zie 'k mij op vrije voeten,

En wandel, waar ik wil, door 't grootsch Jeruzalem: I dacht dat mijne ziel, door lieffelijke droomen,

Verbijftcrd wierd, wanneer uw Engel tot mij kwam3 lijn kluisters brak, mijn wacht het toezien had benomen.

En mij der fcherpe wacht' en kluisteren ontnam, i w liefde, die mijn hart met heilgeloof verfterkte, : Deed mij gevoelig zijn ; maar 'k zag of hoorde 't niets I kraakte de ijzren deur, toen gij mijn heil bewerkte, t Ik twijffelde of 't in fchijn of waarheid was gefchied.

F a Daftj

Sluiten