Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE EEUWIGHEID.

Daar, daar zie ik mijn levenslicht. Mijn Heiland, God en Zaligmaker,

En in Hem 's Vaders aangezigt: 'k Zie Hem, mijn' ijzren bandendaakcr,

Die mij bevrijdt van dood en hel. o God der goden in den hemel!

Beminnclijklte Emmanuël! Wat gloeiend tintelend gewemel,

Wat heerelijke majefteit, Beftraalt mij van uw vrieudlijk wezen,

Waar heilige geregtigheid En zondaarsliefde in zijn te leczen !

Ge ontvlamt mij door uw tedre min a

En voert mijn ziel ten hemel in.

09

Ziet haaven Heiland in de heerlijkheid ,

'k Ben enkel geest, van 't vleesch ontbonden:

Wat vreugd, wat blijdfehap fmaak ik niet, Daar ik, ontlast van 't pak der zonden,

Die vuile fchulp beneden liet! Mijn lieve Jezus, hadt ge op aarde,

U zelf' aan mij, als nu, vertoond In uwe heerlijkheid en waarde,

Dan had in mij geen geest gewoond: Maar nu mag ik me in uwe ftraalen

Verlustigen, uw fehoonheid zien, U volgen door de heriielzaalen,

U eeuwig, eeuwig hulde bien; Terwijl gij voor mijn lijf zult zorgen, Tot aan des aardrijks jongften morgen.

F 5 Wat

Smaakt crue onuitfpre-

kciijke vreugde,

Sluiten