Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

90 DE EEUWIGHEID.

Ve lmtigt z:chili de befcha,witig van Christus, die voor haar be ■ taalde.

Kent hem n!i den vacua, htiicenGod,

F.v ah

Hoé

meauk,

Wat heerlijkheid ! wat zalig lot! Wat onuitfpreeklijk zielgenoegen !

Wat reine vreugd bij u, mijn God! Daar ik me aan uwe zij mag voegen,

O eenige oorzaak van dien ftaat! MÜn Middelaar, mijn Zielbcmiude ,

Mijn Hoop, mijn Al, mijn Toeverlaat, Bij wien ik zelfde wonden vinde,

Waarvan U, door het nagel (laan En 'skrijgsmans fpecr, in handen, voeten

En zijde nog de teekens ftaan, Opdat gij dus mijn fchuld zoudt boeten:

Uw liefde is zender wedergaê,

o Liefde! ik volg u eeuwig na.

o Wondre weg naar 't zalig leven,.'

o Heilgeheim, dat mij verblijdt! Om mij dit hoogfte goed te geven ,

Kwaamt ge in de volheid van den tijd, o Jezus! en wondt minder worden

Dan de Englen, die Gij zelfs eerst fchiept: Gij die 't heelal in ftand en orden ,

Uit enkel niets te voorfchijn riept, Gij, heilig, heerlijk Ópperweezen,

Die eeuwig waart, en eeuwig blecft, En geen veriindring hebt te vreezen ;

Gij, Zoon van God, die altoos leeft, Wierdt mensch, o wonder boven wonder! Dier fchuilde 's Vaders goedheid onder.

Des i

Sluiten