Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE EEUWIGHEID. 95

Miji Priester, Koning, Heilpr'ofeet, Mijn Leeraar, die aan mij op aarde

Uw onderwijzing hebt hefteed, De wondren der genaé verklaarde,

Bij 't zalige Verlosfingwerk, 't Was Hechts een voorproef van de zaaken,

Mij voorgeftcld in uwe kerk; Maar hier zult gij 't volkomen maaken.

Hoe fmaakt mij hier uw onderwijs! Ik voel in mij de kennis groeijen :

Gij leidt mij door uw paradijs , En doet mij in uw liefde glocijen:

Ik hoor, o Jezus! uit uw1 mond

Het heilgeheim van 't Vree verbond.

fn Pro-

feet.

o Duurzaam goed der eeuwigheden !

Had Adam 't menfchelijk gedacht, Gelijk zich zelf', in 't lustige Eden,

Door zondenfchuld, ten val gebragt; Gij, heerlijk Hoofd van uw gemeente !

Gij fchiept het weder naar uw beeld; Elk lid van U is een gefteente,

Waar in uw deugd en fchoonheid fpeclt. Hoe blinken hier Gods keurelingen!

Hoe juichen ze U, hun Goël, toe! Ik hoor hen met uwe Englen zingen

In kooren, nimmer zingens moé 1 Hier in ftemt Adam en zijn gade; ■ZÜ roemen faam Gods heilgenade.

Een

ZÜ be-

fc'uu.vt het ,'ierft el, van Codi deugdenbeeld.

Waar over Adam en Era den lleere roemen;

Sluiten