Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MIJN E ELLENDE.

o Dicpvervallen jammerftaat,

Waar in ik lig! —mijn ziel, wat raad?

Wat raad weet ge in deeze oogenblikken V

Och mij! — 'k moet voor mij zelvcn fchrikken. —■

Draag ik het edel Beeld van God?

Neen, — wee mij! welk rampzalig lot,

Het is verboren door de zonden, Waaraan mijn ziel is vastgebonden; Terwijl ik nii de wacreld dien Wie zou Gods Beeld dan in mij zien?

Neen! lints mijns Vaders overtreden,

Draag ik de Vloeken, die , in Eden , Na 't fnood verbreeken van 't Verbond, Zijn uitgefproken door Gods mond: -— Nu volgt de Dood mij op de hielen, Pm 't ligchaams leven te vernielen;

G 5 De

Sluiten