Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EERSTE ZANG. mi

Van hier daal ik beneen op 't bloedig Golgotha, En fpeur van daar het heil van mijn' Verzoendag na.

o Dag l o wondre dag, vol van Gebeurtenisfen, Niets moet U immermeer uit mijn geheugen wisfen! Hoe vrolijk reest Gij op, toen de Oppcrmajefteit De Hemelbollen reeds uit niet had toebereid , En 't Luchtruim en de Zee met duizenden van dieren Vervuld, die naar mum' aart op peun' of vinnen zwieren s Maar 't Aardrijk, dat Gods magt bij ieder kruidje ons toont, Was, bij uw rijzend licht, alleen nog onbewoond, Toen 's Hoeren Almagt fprak, en deed, in heerlijke orden, Het wilde en tamme vee tot landbewooners worden, Daar zij 't, op heur bevel, te voorfchijn heeft gebragt, Gelijk 't ontelbaar heir van 't kruipende GeHacht: Wie hier de naamen telt moet in de foorten dwaalcu. o Dag, wie kan, naar eisch, uw wonderhcèn verbaalen ? Gij zaagt den eerften mensch ook ter gepaster uur; Hij, 't voorwerp van Gods gunst,en'tPronkftuk der natuur, Die met zijn wedergaê de zoctftc zaligheden , In God, en onder God, genoot in 'tlagchende Eden: Dat treflijk deugdenpaar, door zonden niet beftormd, Zaagt ge in volmaaktheid uit des Hoogftens hand gevormd, Daar 'tmet zijns Scheppers Beeld verfierd was enmogtprijken, Met de onbcfmcljte deugd, ja naar Gods deugd gelijken,,

H 5 En

Sluiten