Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EERSTE ZANG. 1*5

't Geloof verzekerde U van een' vernieuwden ftaat. Wat was dat uitzicht fchoón in 't ze'cgnend Vrouwenzaad! Van hier zien wij den grond der waare Godskerk rijzen, Door de Eeuwen opgebouwd, om eeuwig God te prijzen, Een Kerkgemeente, die, naar't Godlijk vrij befte], Verkoozcn werd ter Bruid voor Vorst Emmanuël, Van wien de zevende van Adam prophetecrde, En Vader Noach, vol van vuur, zoo crnftig leerde Aan 't volk van zijnen tijd, dat, wreevlig van gemoed, Regtvaardig omkwam in den algemeenen Vloed, Maar hij met zijn gezin, meest, wenfché ik,Godgetrouwen, Zoo vreemd als zeker in een Arke zijn behouên, Dat Schip van Sittimhout, waarin Gods Kerk gefpaard, En voor den ondergang behoed werd en bewaard, Opdatze in later tijd, na traag verloopen Eeuwen, Met vollen luister blonke in 't Stamhuis der Hebreeuwen. Hij,die op God vertrouwt, ziet door't geloof vooruit, Maar kent Van achtren best den zin van zijn beiluit.—■ Uit Sem, dien Vroomen! één van Vader Noüchs looten, ïs Abraham, Gods Vriend en Bondgenoot, gefprooten, Aan wien de Algoede, tot verheffing van zijn' fiaat, Veel heilbeloften deed in 't groot en zeegnend zaad, Welks heil, gelijk een ftroom langs bergen en valeijen, En dorftige akkren vloeit, zich verder zou verfpreiën ?

En

Sluiten