Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i3o DRIE DAGEN.

Och! leer mij 't regt gebruik, als gij, daar gij gedaald

Orn *t leger uwer kerk, mijn ziel op manne onthaalt.

Gebeurt het dat ik daar Hechts weinig heb vergadert

En fomtijds wel eens veel, wanneer ge in gunst mij nadert,'

Met geestlijk heil, waardoor mijn ziel verzadigd wordt,

Of't veel of weinig zij 'k heb echter niet tekort.

Neen als ik U geniet, o Voedfcl van mijn leven .'

Dan kan ik mij gerust op verdren togt begeven:

Verhinder Hechts dat ik geen, overvloed bewaar.

Dien 'k, door mijn diep bederf,voor worm en made ipaafl

De zinprent van het mann', dat in een kruik gegoten,

Werd in de gouden kist, de bondkist, opgefloten,

Leert mij hoe mijne ziel , voorzien van geestlijk mann'

Geloovig heel de reis ten einde koomen kan,

Tot ik in Kanaan ben. — Maar ik begeef mij weder

Ter viering van mijn dag, en'ftrijk bij Isrel neder,

Waar het gelegcr is in Sinaïs Woestijn ;

Daar kan mijn Geest, op nieuw, in overdenking zijn.

Ja, gij, Verzoening dag! waarvan ik thans mag zingen.1

Gij geeft mij rijke ftof voor mijn befpiegelingen: 'k Zie hoe gansch Israël op U, mijn dag, vergaart, En is op Gods bevel, aan Horebs voet gefchaard, Wiens hoog verheven kruin met wolken is omgeven. Waar God in nederdaalt, en heel den £crg doet beven:

De.

Sluiten