Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE ZANG 143

ja zeker is die dag bij Hem, en later neeven Van Adam, tot Gods eer, in plichtgebruik gebleven.—• Zou Vader Noach, die met God fteeds heeft verkeerd, Niet hebben op dees' dag d'Ahnagtigen vereerd , Aan wiens volfchoonen dienst hij eeuwig bleef verbonden, Toen zijn Regtvaardigheid de Waereld heeft verllonden ? Ja zeker deed Hij dit, en heeft Gods wil betracht, Ten Leer en Voorbeeld van het mcnfcheüjk gedacht. Misfchien mag ook dees dag , de donkerfte aller dagen , Door alle de Eeuwen heen het waerdig tijdmerk draagen, Dat daarop juist Gods kerk, hoe veeg, behouden bleef In 't eerstgemaakte fchip, dat op de waatren dreef, Zoo 't waar zij, dat dit Schip een zinncprent verbeelde Der hcilbehoudcnis in Jcfus: o wat fpeelde 't Geloof des Schippers dan op 't geen geen oog bevat, Daar 't hooger kreits begluurt dan 't fteüst van d'Ararath: Droeg Noachs Bondgod zorg voor zijne Kerk op aarde, Daar Hij het heilig zaad in Sem zijn zoon bewaarde? En zou die zelfde God dan aan het nagedacht Niet hebben aangetoond, hoe 't zijnen pligt betracht? Neen, zeker is dees dag bij Sem, en bij zijn neeven Plechtftatelijk gevierd en in gebruik gebleven; Gods kerkgemeente was toch altoos op deeze aard', En heeft, aan God getrouw, zijn liefdedienst bewaard,

Waar

Sluiten