Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

t w e e b r z a- n g. 143.

[k zal hun ! . . . maar ik keer tot mijn befpiegelingea». iOm van de vrouwen en heur fchoon bedrijf te zingen. iMij dunkt, nu neigt de dag, de droeve rustdag, heên., :Waarin Maria, met Maria Magdaleen, K andere Vrouwen, aan des Heeren dienst verbonden5 (Hoe zeer door droeffenis bijna geheel verflonden, Den moed hervatten, om, na wijs en kloek beraad, iPe liefde van haar hart te toonen met de daad Aan het geftorven lijf van haaren Vriend en Broeder, iBn ter vertroosting van zijn liefderijke Moeder. jZij hadden tog hier toe het neodige opgezocht, 1E11 myrrhe en aloë en balfem aangekogt:

Zij overleiden om de kruiderij te mengen,

iEn op den naasten dag naar 'sHeilands graf te brengen.

,Haar liefde liep toen reeds, naar 't vastgelleld beflurt,

Pen eerden dag der week verlangende vooruit.

Dees rustdag zal. het merk van haare Godvrucht draagcn,

Doch was om's Heilands dood de donkerde der dagen, .Daar Hij, die aan zijn Volk het eeuwig leven gaf,

Thans zielloos nederlag in Jozefs kostbaar graf. ■) q Graf, waarin de dood aan kluisters wierd gebonden ,

De prikkel ftomp geftreën der godgehaate zonden,

Door U, mijn Levensvorst, mijn dierbre Emmanuel', ; Die al dc fchiüd van 't volk, dat aan dc bpei der hei

k3 °^

Sluiten