Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

154 DRIE-DAGEN

Opdat ik mij naar 't eind, met uwe hulp, moog' fpoén,

En in dit laatfte deel ook aan 't ontwerp voldoen.

't Gaat wel, mijn zangdrift groeit. — Dit is de dag der dage Waarop het Christenvolk ivoor eeuwig roem msgdraagen; De dag, waar op Gods niagt het licht te voorfchijn riep, In den begonnen tijd, toen Dij de weereld fchicp, En, naar zijn wijsheid, heeft den eerflen dag doen worden. En licht en duisternis bepaalde aan maat en orden; Wanneer het Gcestenheir het hemelsch hallel zong» En 't Cherubynenkoor het Scrafskoor vervong, .Tot lof der Godheid, die, in 't eeuwig licht gezetena Al wat gebeuren zou te vooren heeft geweeten, En voert, naar wijzen raad en vastgefteld befluit, Bij 't wisflen van den tijd, haar heilig oogmerk uit. De brcede wentelkring der wisfelende jaaren Vertoont van achteren, wat het beduit moest baaren. Gods Kerk, in 't vast ciment van Christus bloed gegrond* Rust op Hem, als de Rots van 't eeuwige Verbond, Waaruit de watren van genade zachtlijk vloeien, Die al de fteenen door haar lieflijk vocht befproeien, En hechten 't gansch gebouw, door alle de ecuwen heên3 In al zijn leden, door den zeiven Geest, tot één. 't Rechtvaerdigend geloof, in Abel reeds gebleeken, Doet ons op deezen dag aog van zijn godvrucht fpreeken.

Sluiten