Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERDE Z A N G. 163

En fpreeken van het hei', dat Gij hebt toebereid

Voor uw gcloovigcn, 0 Hoofd der Christenheid! —

Dat Heil, dien fchat, mag ik in de Evangelieboeken,

En in de brieven van uw vroome Apostlen zoeken;

Daarin ontdek ik U, mijn Heiland meenigmaal;

Daar vinde ik uwe leer ; daar hoore ik uwe taal,

En blijf, verrukt van ziel, als opgetogen hangen

Aan t kostlijk onderwijs, het welk ik mag ontvangen. —

Nu ftaart mijne aandacht op uw vcertigdaags verkeer,

Na uw verrijzenis, 0 Eeuwiglevend Heer!

En ziet de gunst, waarmeê, ge Uw vrienden woudt ontmoeten:

Dan zie ik Thomas, neergebogen voor uw voeten,

Wanneer zijn ongeloof, op 't zien van U, verdween,

Daar uw Pcrzooq dog ééns, aan 't elfgetal yerfeheen.

Dan weder ziet mijn oog aan GaTeaas ftranden ,

Hoe Petrus ijvervuur verwakkerd, en aan 't branden

Bij uwe wonderdaad, in 't vangen van de yisch ,

Door 't koude nat der zee niet uit te blusfehen is;

Daar Hij zoo onbefchroomd, om naar U toe te ftreeven,

Zich duidde door het fehuimder barning heên begeeven;

Waarna Hij,op het fa-and, eerbiedig U begroet,

En uwe goedheid Hem op 't zegenrijkfte ontmoet,

Door 't kostlijk drietal van gemoedelijke vraagen

Wier inhoud 't rechte merk van uwe liefde draag»,

L 2 Dm*

Sluiten