Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 53 >

ouden tijd, had men, zoo als., ik wel heb hooren vercellen, agting voor iemand die godsdienllig was, en dit heeft omtrent 17 eeuwen geduurd; nu agc men in de beau monde meest zulken die geen godsdienst belijden. — Toen was men overtuigd van de onflerflijkheid der ziel., nu denken wij fublimer, en noemen de fnippen en konijnen onze broeders en zusters en beweeren geen ander beftaan dan zij te hebben. — Welk eene gelukkige verandering ! en wij hebben die alleen te danken aan de charmante et feduifante Philofophie der Franfche wijsgeeren. Gij , groote geesten ! gij _____ —

wat veranderen de tijden! ik las onlangs een geeftige brochure, of parallêle entre le bon vieux tempt et ■ le fiecle moderne , par . . . . onder andere aanmerkingen las ik 'er deeze in: „ on„ ze voorouders begaven zig nooit van of aan een D 3 „ maal-

Sluiten