Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 54 >

„ maaltijd, zonder een gebed te doen; tegenwoor„ dig is een enkel woord agter den hoed ge„ noeg, om in een fatzoenlijk gezelfchap zijn ag„ ting te verliezen." — Deeze aanmerking is niet ongegrond: — men zit aan een vrolijken disch, praat galant, zingt, fchrccuwt, badineert, enz. eindelijk zegt een deftig mengch: met permisfie dat wij 'bidden; men houdt den hoed voor de oogen, maar lagt intusfchcn om dien goeden man, in zoo verre zelfs, dat men hem (loort, en hij ophoudt. — Dit ergert hem, en met reden, beter is 'c des |n 't geheel niet te bidden. Deeze mode wint hier veld; in de aanzienlijkfle Logimenten, als men aan de ordinaire tafel eet, ziet men zulks: — niemand bidt, elk eet maar, en die 't eerst gedaan heeft, ftaat op, rookt een pijp, of vertrekt. Een aanzienlijk voorbeeld is — — -— —

ïn mijne disfertation fur les Toilettes moet ik

Sluiten