Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 6o >

dat de Rusfen een fublimer verftand bezitten, zedeid Czókw hen a la frangoife liet kleeden

en fcheeren. — Nog eene remarque. — Ik kan niet nalaaten mijne, verwondering bij herhaaling te betuigen, welke aardige*, charmante, lieve, bevallige fchepfeltjes wij thans zijn. — Zwijgt gij Grieken en Romeinen ! als ik rhifïoire de vos mozurs lees, bloos ik om uwent wil; bij u moest men eerlijk en braaf zijn en jaaren lang zijn pligt betragten , om den naam van een groot man; een held te erlangen. Quelle fotüfe! - uw Cicero noemde iemand in een veelkleurig kleed een veragtlijk mensch. 't Is goed dat. die oude zot in deeze verlichte eeuw niet leeft, men zou hem anders ligt in 't dolhuis plaatzen. Ware 'er maar één elegant petit maitre onder u geweest, men zou zulke frivole en ongerijmde idéés van deugd en heldenmoed niet bij u gevonden hebben; uw Alcibiades bragt het reeds ver, maar de ftrenge So-

crates

Sluiten