Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

M E N G E L P ;0 Ë Z Y E. ?

Door c? adem van uw' wil verhieven zich de ftroomen, En iïelden zich ten fchcts van uw geduchte macht; Het diepftc diep der zee was eb en vloed ontnoomen Ter zaalge teekening van uw verheeven kracht. Dc raazende euvelmoed deed van zyn fnoode lippen, De waan der.overmacht bazuinen in het rond; Maar't loeiend wind geblaas dat ge uit uw'trocn deed glippen, floot door het holgeklots der waatren, hun den mond. Wie is — wie is als gij, ö God der eeuwigheeden! Wie eevenaard in glans, 6 oog der waereld, U' Die, door een ganrsch heelal gevreest en aangebeden, Door écne ftraal weerhoud dat zich de heldraak huw. De hand uws heerfchappij deed zich alleen aanfehouwen ' En de aard verflond als Hof, de tergers uwer wraak. Dit volk fchonk gij in u het godverlooft vertrouwen , i En 't deelt, ontheft van druk, de zoetlie vryheids fmaak. Triümf! gij fpoord voor hun de roozen-graad der englen, Waarin voor hun 't geloof fteeds vlamt van zaligheid, Wanneer de Philistijn aan geen genaê te henglen, Zal fiddren voor 't geluit dat uw gezach verfpreid.

Ja

Sluiten