Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MENGELPOÊZYÊs &l

Wiens oog, zou een toneel zoo aaklig niet vermijden?

Gods welgeliefden zoon vind thands geen hulp nog baat 5 En moet, als offerlam, 't geweld zijn leeven wijden:

W;lk een vernedering uit liefde om Adams zaat!

Wreedgeaardekrijgsliën! gij vergrijpt u aan dee2 daad

Gij volgt dit fnood bevel, onzaligfte aller tijden

Gij geesfeld Jezus dan ! op de aanklacht van verraad. >, .1 j Ach, -welk een bitterheid moet gij, d Heil-Artz lij den lK

Ontaarden ! kan u *i lot döez' martelaars verblijden .. ?

Kan 't zijn dat zich een glans fpreid op uw woest gelaat, Terwijl gij'tbloedjeeds ziet langs'tgodlijkligchaamglijden» ■ Ach,wordge,dChristus.' nvsvan'tföodsch ge/lacht verfmaad!

Help, God! daar dekt men 't lijf met purper fpot gewaad,-— Het hooft voelt dooreen kroon van doornen zich doorfnijden!

6 Jezus! velt 11 'twee, niet needer in deez' Itaat?] Moei ge, om des zondaars will', met duizend doodenft rij den!

Welk

Sluiten