Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MENGELPOËZIE. 61

Gaat voort, roem waarde burgerknechten!

Gelijk 't aan fiere fchuttren past! Duld nimmer inbreuk op uw rechten,

Waar door men op 'slands vrijheid brst! Elijft d'ijdlen wapenkreet verachten.' Maar,— eer 't bevel der hooge machten.

Wanneer 't u tot het firijden nood! En, — geld het haardfteèn en altaaren, Ontziet dan bloed noch lijfsgevaaren ;

Maar tart, door uwen moed, de dood!

Maar gij! gij laat u nooit vervoeren'-

't Door deugt veredeld hart is vrij: Gij doet nooit tro.n noch veldfluit roeron

Als oproerleus der tijrannij. Laat andren als geweldnaars woelen, En hunnen moed in moordlust koelen,

Ter flooping van de zachte rust! — Uw braafheid zal toch nimmer faalen! Het vreedtlicht zal zegenpraalen,

Ja, 't blijft bij u anuitgebluscht.' '

E 3 Wie

Sluiten