Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

M E NG E L P O 'Ê Z Y E. fa

Smeekt de almagt met 'uwe.ó Verheeden.

Om bijftand in deeze, ijzren eeuwj Dat nimmer tijgers fïrafloos treeden,

In 't aanblik van 'slands grijzen leeuw'. Maar;-- dat hij in het hart der dwingren, Door god gefterkt, een vrees moog fiingren,.

Tot heil van 't zinkend vaderland; Op dat, in fchaauw dervrcede olijven, Uw zinfpreuk moog waarachtig blijven: Hij wordt niet strafloos aangerand. (N\ t.)

Het schip van sta at moog zeeën kemmon, 'N\2.)

Waar de onrustbranding vreeslijk gloeit; God kan het woên der golven temmen,

Hoe 't windenheir ook gilt en loeit.

Een

(N°. i.) Voor hunne Eddè Groot Mogende, de Heeren STAA. TEN van HOLLAND en WESTFRIES.L AND. De IUlandfche Leeuw, overenditaande, in eene ontzachlijke gedaante; — in het verfchiet Strikken, Netten, ICetens en Ceweeren. Met de zmfprcul;: Non ibpuSE la.cessitur, C'lat.is) Hij word: niet ftraffcloos aangerand.

(N°. 2.) Voor Hunne Hoog Mogende, He Heeren STAATEN 6 E N E R A A L der vercenisdfc NEDE R LANDE N. Een SC HIP

E 4 ' ' e*

Sluiten