Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

H MENGELPOËZIE.

Een haven, als in't fchuim bedolven, Verheft, van achter ftille golven,

Zich ais een hoog gekruinde tinn', En 't licht der hoop, ten fteun van ;t leeven, Pen fchrandren Stuurmdn by 'geblecven , . Vocrd hem den mond dier haven in,

Richt ook voor WILLEM in uw harten, (N\ 3.)

Een altaar op van dankbaarheid! Van dankbaarheid! — die 't woên kan tarten

Des blaams, dien hem de laster fprèid. Eer zal een jacht van dondcrballen, Op 's vyands puin hem néér doen vallen

Door

*p een %olU ZEE: voor het zdvc „ hct verfcbiet een Hayf boven het zelve vertoond zich de HOOP in de walken; op welke • de Stuurman iW Met de-zinfpreuk: SPK confirmaVi s pop ti,m suBmxïT, C dat is.) Door.de hoop getokt, zal hij de haven bereiken. J

('N°. 30 Voor Zijne Doorluchtige Hoogheid, den I7-cre WIL LEM r,EN V. PRINCE van Oranje en Na.fau, Ert&dbouder,' &c. &c. Een ALTAAR, boven hetwelk zich een HART vertoont. Met de zinfpreuk: DEO fatm/cqub, Cdat is) Voer MeHiuicnst en Vaderend,

Sluiten