Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'MENGELPOËZIE. 7S

Gijrwijst, 6 vriendfchap ' door uw plichte»

Het fpoor der hemel zoetheid aan,

Gij keerd -door uwen glans de fchichten

Die uit de wolk des rampfpöeds gaan.

Der armen weê en angltig klagen

Word door uw godvruchts vuur geftiltj ;

Den Rijken zijtge een welbehagen,

Den Chriftnen tot een zon en fchild!

Trïumf, ö vriendfchap! uwe glorie!

Trïumf! uw ftroomend diamant

Voorfpeld ine 't heillicht der victorie,

In 't eeuwig leevend vaderland;

Maar,, ach! waar kan men vriendfchap vinden,

In d'ijzren tyd van twist en haat?

Waar zijn thans goedaards, — waare vrinden,

In den gefchokten vrijen Staat?

Het zelfbelang boeid 's menfchen zinnen; De vreede en liefde is ijdele eer; Ja de afgunst voerd de tweedracht binnen; — En zuivre vriendfchap gloeid niet meer. V' >. Ach!

Sluiten