Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

>6 MENGELPOËZIE.

U zinge ik toe, ó govaarts wal, U die aan 't vaderland het voorbeeld hebt gegeeven!

Gij hebt op 't davrend Iofgefchal, Dat recht dat brave daden geeven; Ter uwer eer zij 't opgeheven!

6 Godevaarts aloude wal! Mijn toonen , met de zucht van ecndrachts ware vrinden,

Van alle braven faam gepaard,

Verheffen blij zich hemclwaard, En rollen op den wiek der zachte zuide winden

U vrolijk galmend met den Moet Van lagchende englen te gemoed.

*<*>>*

U die de teugels der regeering, Terwijl gii 't ftedéfchild op fulpe kusfêns drukt,

Beminlfjk maakt door uw behcering,

Uw wijsheid heeft mijn ziel .verrukt. U komt de lofzang toe der zangeren

Wie 't godlijk dichtvuur mocht bezwangeren, Dat niet dan voor de deugden-gloeit:

U zingê ik - >t vuur, dat mij doet branden. Gloeit Zelfs het fpeciruig in mijn handen

Terwijl zijn zatfgtefon voor u vloeit.

Stout

Sluiten