Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8o MENGELPOËZIE,

Flux fteeg de ontembre wapenkreet

Naar booven, en, met zinloos woelen, Vervult en vliegt bij, eer men 't weet,

Van tod tot tod met gruwzaam joelen. Verwoedheid, 't beeld van tirannij, Doet voor zijn dolle razernij

De reeds bedwelmde hoofden bukken, En blind hun 't oog om onderling, Met uitgetogen oorlogskling,

Tot zelfsverdelging aan te rukken,

Waar heen, verblinde burgerfchaar? Waar heen, misleide batavieren ?

Gij dringt, op 't valfche krijgsmisbaar, (Helaas!) als aangehiffte nieren, '

In 't vegtperk, waar de broeder fiaeht,

De afgrijfelijke moord, u wacht. Gij vliegt, maar hoe te rug te wijken'

Gij fluit u in, in fatans ftoet.

En keert ge - 't is door 't gudzend bloed En topels neergeflagen lijken,

Reeds |

Sluiten