Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MENGELPOËZIE. 9r

Ja, mijn zuivre vrije toonen

rennen rollend tot gods troon; En een feraph ajekt uw vlechten

met des voorfpoeds bloemen kroon! Wie zou niet uw grootheid zingen,

daaV gij niets dan grootheid aêmt: Daar ge uw fchoon met deugt bepaerelt,

en der trotsaerts trots befchaemt ? Dat een drom van vuige fnoodaarts

■ 't laffe harte zwell' van nijdl »i Is genoeg voor echte belgen,

dat ge een telg van Nasfauw sÖjfc Nasfauw, naam der zuiverfte achting!

Nasfauw, naam van d'eelften roemfNasfauw, glorie naam die 'k nimmer

dan met diepen eerbied noem! Zoud gij dit, princes, me ontkennen?

Neen gij weet het, Nas rauws lof Wordt, ten wrevel zijner hatren

fteeds ontrolt in 't engleri Hof. 6 2 . Èti

Sluiten