Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MENGELPOËZIE. iI? Leeft.' — ja leeft, 6 echtelingen

in den hoogften voorfpoeds Haat, Jezus zij op aller wegen

u ten fchild en toeverlaat! Leeft, — teia zielvreugt uwer oudren,

fia hun liefdelesfen ga", Zij — zij zeggen, op mijn wenfchen,

zuchtend, — biddend, amen na» Leeft zoo t' zaamen tot eens d' avond

van een' grijzen leeftijd daalt, En gij, wars van deeze waereld,

heilgeloovig adem haald : Leeft dan, om te leeren fier ven,

en, - daagd de uchtend van dien ftond, Zoo verlaat het laatlte zuchtjert

tot gods lof den veegen mond, Om, in d' elpenbeene muuren

met God, - Vader, - Zoon en Geest, >t Zalig hallel uit te brommen

van het eeuwrg huwlijks feest.' 34 April :7SS. A A N

Sluiten